In het westen van het eiland ligt Zanzibar City, de hoofdstad van Zanzibar en tevens de voormalige hoofdstad van de Volksrepubliek Zanzibar en Pemba voordat het deel ging uitmaken van Tanzania.
Het historische centrum van de stad is bekend als Stone Town. Een naam die het te danken heeft aan de vele gebouwen uit kalksteen. De karakteristieke rode gloed komt van het koraal waaruit de stenen gewonnen zijn.
Mij Mkongwe is de Swahili naam dat oude stad betekent. Het verwijst naar de tijd van de florerende specerijen en slavenhandel als hoofdstad van het Sultanaat Zanzibar. Ook tijdens het Britse protectoraat bleef het de belangrijkste stad.
Nu draait de stad veelal op inkomsten van toerisme. Het labyrinth van smalle steegjes met huizen, winkels, gallerijen en restaurants is geliefd bij de bezoekers. Net als de bekende bazaar waar letterlijk alles te koop is.
De Arabische, Perzische, Indiase, Europese en Afrikaanse invloeden die we in de bouwstijlen zien, vinden we ook terug in de mensen die er wonen en werken. Het zorgt voor een levendige, bruisende sfeer.
Ik werd wakker van een power nap op de achterbank van Hassan’s taxi toen de deur open ging en Mahmoud instapte. Hij is geboren en getogen in Stone Town en gaat ons vanmiddag de stad laten zien.Â
We stappen uit bij de East African Slave Trade Exhibit. We volgen Mahmoud de Christ Church in en nemen plaats op de voorste bank. Hij vertelt ons dat deze anglicaanse kathedraal gebouwd is op de grond waar vroeger de grootste slavenmarkt van het eiland was. Onze gids ratelt met een blik op oneindig in een soort Afrikaans-engelse turbotaal een verhaal af. Terwijl mijn ogen zijn vinger volgen die ineens richting altaar wijzen hoor ik hem zeggen dat het de exacte plek is waar destijds een pilaar stond waar tegen slaven met zwepen werden afgeranseld.
Zijn monoloog over Bischop Edward Steere, die achter het altaar ligt begraven en volgens wiens ideeën de kerk gebouwd is ging enigszins langs me heen. Meer gefascineerd raakte ik door het houten kruis dat gemaakt is van een boom uit Chitambo (Zambia). Deze stond op de plek waar het hart van Dr. David Livingstone begraven werd voordat de rest van zijn lichaam door Engeland werd opgeëist.
Eenmaal buiten begon het bij Mahmoud duidelijk te worden dat we meer waarde hechten aan een spontaan gesprek over dingen die we tegen komen dan aan een automatisch afgespeelde hyperactieve waterval aan informatie. Mijn oren waren hem dankbaar. In de kerkers van het slavenhandelsmuseum is hij al een stuk relaxter terwijl we nauwelijks rechtop kunnen staan in de kleine vertrekken waar honderden slaven als koopwaar werden gehouden.
Terwijl we verder wandelen vraag ik Mahmoud welke talen hij spreekt. Dat blijken Engels, Arabisch en Swahili te zijn. Talen die veelal op school worden onderwezen. Arabisch omdat Zanzibar al duizend jaar nagenoeg geheel islamitisch is.
Op de Darajani Market is het een gezellige drukte. Een kleurenpracht aan uitgestalde tropische vruchten en manden vol geurige specerijen. Verkopers proberen actief klanten te lokken. Vaak door honderden meters met je mee te lopen alsof ze met klittenband aan je vast zaten. Door een kortstondige vriendschap aan te knopen hopen ze dat je een morele verplichting voelt om iets in hun stal te kopen. De prijzen vallen enorm mee en er is vaak nog goed af te dingen. Het is maar goed dat er een maximum gewicht is dat je in je koffer mag proppen.
We schuifelen door de smalle doorgangen naar de vishal waar ze naarstig proberen de vliegen te verjagen zodra ze potentiële klanten ontwaren. Octopus schijnt populair te zijn. Evenals kleine makrelen en barracuda. Via de stapel vette geelvin-tonijnen komen we uit in de vleeshal dat eruit ziet alsof alles er net geslacht is en de vliegen een nog groter feest vieren. Ik beloof mezelf plechtig dit beeld niet te herinneren bij onze volgende maaltijd.
Mahmoud blijkt bekend en populair te zijn. En intussen is hij ontpopt tot een grappig en vermakelijk gezelschap. Ik vraag me af of hoe het is om ’s avonds met hem in de kroeg te belanden toen ik me bedacht dat hij moslim is en waarschijnlijk nooit een kater heeft gehad. Terwijl we uitgebreid stapels met vrolijke t-shirts bekijken ploft hij puffend op een kruk in een hoekje. Winkelen met twee dames is ook voor Zanzibari mannen uitputtend. Ik wijs naar een koelkast en na een goedkeurende knik druk ik hem een fles Fanta in zijn handen. Zielsgelukkig.
Verder door de smalle straatjes van het grotendeels autovrije Stone Town staan we even stil op een binnenplein waar oudere heren een fanatiek potje domino spelen. Dan komen we bij het Oude Fort dat naast de haven ligt. Tegenwoordig een vestiging van souvenir-shops en locatie van het Zanzibar International Film Festival. Oorspronkelijk door de arabieren gebouwd om zich te verdedigen tegen de Portugezen en later in gebruik als gevangenis.
Het begint te schemeren als we het fort uit lopen. Aan de overkant lijkt iedereen zich verzameld te hebben op Forodhani Market. Overal waar je kijkt zitten mensen op bankjes, op de grond en langs de kade. In het midden vele rijen met stalletjes waar gerechten uit alle windstreken worden verkocht. Kijken blijkt niet altijd even vrijblijvend. Alles lijkt geoorloofd om eten aan de man te krijgen. We zullen het maar passie noemen. Enthousiast presenteert iemand zijn koopwaar. Alle soorten vlees en vis in allerlei vormen en kleuren op een stokje. Het ziet er prachtig uit. Ik knik goedkeurend terwijl hij alles een voor een oppakt en vertelt waarom dat het lekkerste is. Helaas breek ik mijn belofte aan mezelf en schieten beelden van de markt van vanmiddag door mijn hoofd.
Als Mahmoud terug komt van zijn avond gebed lopen terug naar waar Hassan ons zal ophalen. Het is een zwoele avond na een mooie dag met veel nieuwe indrukken. Vlak naast het geboortehuis van Freddie Mercury stappen we in de inmiddels vertrouwde taxi met de inmiddels minder verlegen Hassan.







