Een stad-staat in het zuiden van het Maleisische schiereiland. Singapore, afgeleid van ‘Singapura’ dat zoveel betekent als ‘Stad van de leeuw’.
Het trotse symbool van de staat is anderhalve decennia geleden verplaatst naar het mondaine Marina Bay. De Merlion, een leeuwenkop met het lijf van een vis dat herinnert aan de tijd toen Singapore slechts bestond uit Temasek, een bescheiden vissersdorpje.
De stad heeft vele overheersers gekend waarvan de Britse Oost-Indische Compagnie – onder wiens bewind de stad fungeerde als belangrijkste handelspost – wel de bekendste was, tot het in 1965 onafhankelijk werd en de Republiek werd uitgeroepen.
Singapore is meer dan een roemrijk verleden. Meer dan een over-the-top luxueus financieel centrum van de wereld. Meer dan een shopper’s paradise met een keur aan winkelcentra vijf etages onder de grond en tien in de lucht.
Singapore is ook persoonlijk. Nostalgisch, emotioneel. Singapore is de stad met herinneringen. Een plek waar ik als kleuter al rondliep en in de daaropvolgende jaren frequent zou aandoen.
Herinneringen aan mooie tijden en aan zware beproevingen. Een stad van wie ik veel heb geleerd over het leven. Over het fijne en veilige als kind maar ook over het opgroeien als jong volwassene tot het overleven als zelfstandig ondernemer in een harde zakenwereld.
a shoppers paradise
Er zijn van die plaatsen in de wereld waarvan je past beseft hoeveel heimwee je er naar hebt als je er bent. Alles ademt nostalgie. Opgaand in het drukke leven van de Singaporeans voel ik me weer even kind. De stad is veranderd, dat wel. Het lieve en het geborgene heeft plaats gemaakt voor overdaad. Van het bescheiden dorp is weinig meer te merken. Op de hoek van Orchard en Scotts staar ik naar de Lamborghini’s en Maserati’s die voor het Marriott hotel wachten op hun baasje. Ik ken het nog als het Dynasty Hotel dat begin jaren tachtig gebouwd werd met het Tangs Plaza dat in die tijd al het summum van luxe uitstraalde.
Vroeger, toen waren er nog geen eindeloze wolkenkrabbers, geen winkelcentra die net zo diep gaan als dat ze de lucht in steken, geen volautomatische metro die bijna op de seconde precies rijdt, geen straten waar alles glimt en blinkt waar je ook kijkt. Het is een dubbel gevoel. De vooruitgang die je doet beseffen dat je ouder wordt. Dat herinneringen die je koestert niet meer dan dat zijn, herinneringen.
We gaan maar mee in het snelle leven en sjokken achter de stoet aan die als gebiologeerd in hun smartphone staart. Door shopping malls, overpasses, underpasses, metro in metro uit. 5 etages onder de grond maken we een pitstop in een van de food halls waar specialiteiten uit alle windstreken vers bereid worden en de geurende dampen worden afgezogen om 20 meter hoger over het straatleven te worden uitgeblazen. Lunchen in een ondergronds labyrint van gangenstelsels bekleed met de meest luxueuze boetieken en moderne veel-te-dure-goedbedoelde-rotzooi. Tussen de maaltijd en de koffie even een nieuwe Bentley SUV op de kop tikken. Het is allemaal geen probleem in het Singapore van vandaag. De grenzen worden slechts bepaald door de kredietlimiet op je Credit Cards
Een straat oversteken via de ondergrondse doorgang blijkt een ware uitdaging. Ik voel me als een soort metropolitane mol die af en toe haar kop boven het maaiveld uitsteekt en erachter komt dat ze onder de grond van koers is geraakt.
Ik kan het niet laten. Overal waar ik bovengronds loop scan ik mijn herinneringen af naar plekjes die ik nog vaag herken van vroeger. Alsof ik een soort virtuele bril heb die het beeld van het verleden projecteert op hetgeen ik nu waarneem.
Het werkt niet, ik word er niet vrolijker van. Het lieve Singapore is niet meer en bestaat alleen nog in mijn hoofd. Dit is een andere stad. Dit is de stad van de toekomst waarbij het primitieve Europa verbleekt. En als ik het verleden laat rusten begin ik te genieten van het Singapore van de 21e eeuw.
Zo, hoogste tijd om voor een vakkundig gemixte Singapore Sling. Een van de weinige dingen die onveranderd zijn gebleven.










