De hoofdstad van Sint Maarten bestaat uit een langgerekte strook land tussen de zee en het zoutmeer van de grote baai waarnaar het eiland vroeger werd vernoemd toen zout het belangrijkste exportproduct was. ‘Soualiga’ stond voor zouteiland.
De voornaamste bron van inkomsten is tegenwoordig massatoerisme. Scheepsladingen worden dagelijks aangevoerd met globetrotters van allerlei pluimages. De volgevreten cruisesnobben bereiken Philipsburg via een pendelbootje dat op en neer vaart van de boulevard, beter bekend als ‘Boardwalk’, naar de drijvende steden die parallel geparkeerd liggen aan de cruise terminal.
In ganzenpas togen de met hoedjes getooide vakantiegangers richting Frontstreet. Het duty-free Walhalla van de hoofdstad bestaat uit een smalle straat vol juweliers en electronicazaken. Verbonden door smalle straatjes met pittoreske namen als Loodsteeg, Visserssteeg en Smidsteeg ligt één straat verder de Backstreet waar de middenstand voornamelijk probeert geïmporteerde couture aan de man en vrouw te brengen vanuit talloze boetiekjes.
Centraal in het stadje staat het houten gerechtsgebouw uit 1793 voor wie nog een snufje cultuur wil opsnuiven alvorens neer te vleien op een van de overvloedige buitenbarretjes of junkfood uitgifte lokalen. De wat meer onderscheidene reiziger wacht op een loungebank in een van de champagnebars, nippend aan een rosé Moët et Chandon, tot de keereweer ze terug dobbert naar hun drijvende binge eating paradijs.




