Op bijna 8000km van huis grenst Nederland aan Frankrijk. Een eiland in Caribische sferen, slechts enkele keren langer dan de runway waar nog net een Jumbo kan landen nadat het badgasten en auto’s zandstraalt of zelfs wegblaast tijdens de wereldbekende en veel gekiekte approach op Princess Juliana Airport.
Waar het noordelijke Saint Martin nog Franse invloeden koestert is van Nederland weinig meer te vinden in het zuidelijke deel dat als Sint Maarten de status van land binnen het koninkrijk draagt. Zoals ook op het vasteland blijkt de Nederlandse identiteit niet dominant en straalt Saint Marteen, zoals de locals zeggen, meer uit van een Amerikaanse enclave.
De officiële valuta, de Antilliaanse Gulden, wordt gedoogd. Bij wijze van goodwill is de lokale kruidenier bereid een zakjapanner, of zakamerikaan tevoorschijn te toveren om de som van je groceries om te rekenen van Amerikaanse dollars naar Guilders.
In dit stuk Nederland is alles verkocht. Patriotisme verwijst naar stars and stripes met een slapende leeuw.
Maar wie geeft er om. Het is altijd mooi weer. Zon, strand, verse kreeft…of liever crayfish. Alles drie keer overpriced, dat nog eens versterkt wordt doordat de greenback en de euro inmiddels op weg zijn naar pariteit.
Talloze megajachten liggen voor anker met zicht op de dubbel geparkeerde privéjets. Het duty free Island in de sun met uitzicht op het mondaine Anguilla in het noorden en het summum van de jetset, Saint Barth in het zuiden. Sint Maarten is de place to be. Mits je voor vertrek een overwaarde hypotheek hebt opgenomen of je American Express in je bikinitopje hebt gestoken. Zoals gezegd, ‘Don’t leave home without it!’

Het Flamingo Beach Resort waar wij verbleven is nog bezig met de wederopbouw na de verwoesting door Hurricane Irma. Er zijn inmiddels wel andere Hotels in Simpson Bay weer geopend.




