Net zoals songteksten in het Engels vaak mooier klinken dan in de taal der lage landen heeft ook ‘The Grand Canyon’ meer grandeur dan ‘De grote kloof’. Volgens de National Parks weliswaar niet de grootste of diepste ter wereld maar wel exceptioneel in grootsheid. En daar is niks van gelogen.
De ‘North Rim’ is ruiger, lastiger bereikbaar en telt maar een stuk of drie uitzichtpunten terwijl er langs de ‘South Rim’ meer dan twintig posities zijn van waaruit men het natuurwonder kan aanschouwen. De laatste ligt op onze route.
Na het doorkruisen van een uitgestrekte vlakte, naderen we via het Kaibab National Forest dat geflankeerd wordt door het reservaat van de Havasupai Indianen, de zuid-oost kant van het Grand Canyon National Park. Voordat we het park betreden maken we een korte stop bij het bezoekerscentrum annex IMAX theater om een National Parks Pass te bemachtigen. We kiezen voor een versie die een jaar geldig is. Daar we meer nationale parken op de planning hebben staan is dit de handigste keuze.
Binnen de poorten blijkt er maar één uitbater te zijn van een campground. De drie overige campings zijn onder beheer van het park zelf. Niet dat het uitmaakt, want wil je je karavaan hier inpluggen dan dien je dat een half jaar van te voren door te geven.
Kamperen is afzien. We maken rechtsomkeert – ok, drie tot vijf keer steken, want 10 meter lang – en checken in bij de eerste de beste kampgelegenheid buiten het park. Geen beschutting, wel uitwerpselen van edele herten. Kamperen is afzien.
We pluggen de Winnie in op 30ampere, sluiten de permanente watervoorziening aan en sliden de slide-out out zodat onze woonkamer met open keuken geen drie maar bijna vier meter breed wordt. Het gasfornuis met oven negeren we en steken een maaltijd in de magnetron. Wachtend op de pingel zappen we een van de twee flatscreens aan. Geen ontvangst in de middel van nowhere. Kamperen is afzien.
Gelukkig doet de airco op het dak het prima. We laten de één op vier slurpende V10 afkoelen en zetten twee stoelen buiten tussen de propaantank en 115volt-generator die mede gevoed wordt door de 160liter benzinetank. Met een glas ijswater uit de koelvries-combi in de ene en een sigaret in de andere hand genieten we van de zuivere lucht van het ongerepte natuurschoon en verwerken we de teleurstelling dat we niet binnen het park kunnen bivakkeren. Kamperen is afzien.





