Top of Africa ,zo heet de bovenste etage van het Carlton Centre dat met zijn 223 meter het hoogste gebouw is op het Afrikaanse continent. Net als zoveel kantoorgebouwen in het Central Business District staat het leeg. Het zakencentrum heeft zich noordwaarts verplaatst naar de wijk Sandton. We kijken neer op het oosten van Johannesburg dat voornamelijk uit laagbouw bestaat. “Johannesburg was een goud-stad. Door de vele mijnen die goudzoekers hebben gegraven onder de stad is de grond niet stabiel voor hoogbouw”, zo vertelt Charles. Een iets te drukke dertiger dat met zijn krap 1.60m het bewijs is dat niet alle donkere afrikanen groot zijn.
Met een vleugje hyperactiviteit ratelt hij de geschiedenis van Zuid-Afrika op waarin belangrijke gebeurtenissen in deze stad hebben plaatsgevonden. Terwijl de jaartallen ons om de oren vliegen maak ik foto’s van het Ellis Park Stadium. De arena die wereldfaam kreeg toen Mandela tijdens de Rugby World Cup in 1995 het bekende groene shirt aantrok van de Springboks, de populaire club van blanke Afrikanen. Hij zag sport als de manier om zijn droom, een multi-culturele democratie te ondersteunen.
er bestond alleen blank of zwart
In het noorden zien we in de verte Sandton, het nieuwe financiële hart van de stad. Tijdens het apartheidsbewind bestond het noordelijk stadsdeel voornamelijk uit blanke wijken waar zwarten alleen met een bezoekerspasje mochten komen. Alles maar dan ook alles werd gescheiden voor blanken en zwarten. “Je was of blank of niet-blank, dus alle andere niet blanken vielen ook onder zwart”, aldus onze niet-blanke gids. “Als je vijf minuten nadat je pasje verlopen was in een blanke wijk gesignaleerd werd dan riskeerde je zes maanden gevangenis”, zo pruttelt Charles verder. Hij zou het nog herhalen als we later voorbij het beruchte Central Police Station met de karakteristieke blauwe gevel rijden, beter bekend als John Vorster Square, dat inmiddels symbool staat voor de vele martelingen die er hebben plaatsgevonden en waar velen, waaronder bekende apartheidsstrijders niet levend uit kwamen. Het verhaal naar de buitenwereld was steevast dat men zelfmoord had gepleegd.
Onze cameralens volgt Charles’ zenuwachtige vinger die nu naar het noordwesten wijst. “En daar….”, hij verheft zijn stem alsof ie een menigte toespreekt, “…dat is de Nelson Mandela bridge!”. Deze aankondiging herhaalt hij nog drie keer als ware hij zijn eigen echoput. Een tik die hij vaker blijkt te hebben. De brug staat symbool voor gelijkheid. Voor het eerst kon iedereen ongeacht ras, kleur, of andere differentiële eigenschap van de ene kant van de stad naar de andere zonder dat daarvoor vervolgd te worden.
In het westen kijken we neer op Gandhi square. Op het voormalige Government square zijn de gerechtsgebouwen gevestigd waar velen zijn veroordeeld onder het apartheidsregime. Mahatma Ghandi, de mensenrechten activist en voorstander van geweldloos protest had aan het plein zijn kantoor als eerste Indiase jurist in het land. Door de lens zie ik het grote standbeeld van de kleine man waar ik een half uur geleden nog tegenop stond te gapen.
De zwarte bevolking vestigde zich vooral in het zuidwesten waar ze talloze gemeenschappen vormden die tezamen de South-Western-Townships vormden. Beter bekend als SoWeTo. Dit was een absolute no-go zone voor een blanke die er waarschijnlijk niet levend uit zou komen. Als een quizmaster die zijn roeping is misgelopen legt Charles de vraag bij ons neer hoeveel inwoners Soweto heeft als de helft van de bevolking van Johannesburg er woont. Gretig wachtend op een reactie verlos ik hem van zijn lijden en roep: “5 miljoen!”. Meer dan een verheugde goedkeurende blik van de man die zelf uit Soweto komt heb ik niet gewonnen.
van diamanten naar goud
Door de smerige ramen turen we in de verte naar een aantal van de oude goudmijnen die de stad zijn bestaansrecht hebben gegeven. Het land had geleerd van de de diamantkoorts eerder in de geschiedenis waaruit Kimberley, de oudste stad van het land is ontstaan. Met de goudmijnen wilden ze niet dezelfde fout maken en zouden de stad gestructureerd laten groeien. Destijds had men slechts beperkte middelen om het erts te delven. Nu worden de oude mijnen opnieuw tot op de laatste resten uitgepulkt met behulp van moderne technologie.
Weer op straatniveau rijden we over Rissik Street en passeren het stadhuis van Johannesburg. Een statig stulpje in Edwardiaanse bouwstijl waar tegenwoordig ook het Provinciaal Gerechtshof van Gauteng is gevestigd. Nadat we de spoorbanen zijn overgestoken wijst Charles naar de twee betonnen muren langs de weg waar vroeger de controlepoortjes stonden waar zwarten hun bezoekerspas moesten tonen. Het waren veelal de zwarte afrikanen die bij de blanke bevolking in het huishouden werkten.
Een stukje westwaarts keren we terug naar het zuiden als we dan de Nelson Mandela Bridge oprijden. Het voelt als een mijlpaal, een eer om er één keer in mijn leven overheen te mogen gaan. Ik leef me in in de emotie van het Zuid-Afrika van vlak na de apartheid en voel de strijd, de pijn, de onmacht en uiteindelijk…de vrijheid.

Voor een veilig onderkomen hebben we gekozen voor Protea Hotel Fire & Ice van Marriott in de moderne hippe wijk Melrose Arch.
Booking.com







